Wie doet wat?

arm2_edited.png

𝐓𝐫𝐢𝐚𝐠𝐞 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐡𝐮𝐢𝐬𝐚𝐫𝐭𝐬𝐞𝐧𝐩𝐫𝐚𝐤𝐭𝐢𝐣𝐤: 𝐰𝐚𝐚𝐫𝐨𝐦 𝐬𝐭𝐞𝐥𝐭 𝐝𝐞 𝐝𝐨𝐤𝐭𝐞𝐫𝐬𝐚𝐬𝐬𝐢𝐬𝐭𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐚𝐥 𝐝𝐢𝐞 𝐯𝐫𝐚𝐠𝐞𝐧?

 

Wanneer u de huisarts belt, krijgt u de doktersassistentes aan de telefoon. Zij vraagt u naar de reden waarom u belt en stelt een aantal vragen om uw hulpvraag precies duidelijk te krijgen. Dit heet triage.

Bij triage gaat het erom dat u als patiënt 𝐝𝐞 𝐣𝐮𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐳𝐨𝐫𝐠 krijgt, op 𝐡𝐞𝐭 𝐣𝐮𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐦𝐨𝐦𝐞𝐧𝐭 en bij 𝐝𝐞 𝐣𝐮𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐡𝐮𝐥𝐩𝐯𝐞𝐫𝐥𝐞𝐧𝐞𝐫. Het is niet de bedoeling dat de doktersassistente de diagnose gaat stellen. Zij moet alleen een paar dingen weten om u zo goed mogelijk te kunnen helpen.

 

Het doel van triage is om de urgentie van uw klacht te bepalen. Dat wil zeggen hoe dringend uw klacht beoordeeld moet worden door de huisarts. Daarnaast helpt triage om de praktijk efficiënt te laten functioneren, de kwaliteit van de zorg te handhaven en de wachttijden tot een minimum te beperken (ondanks de toenemende drukte).

 

Als de afspraak geen haast heeft, zal de doktersassistente u soms het voorstel doen later in de week te komen. Als u meerdere dingen wilt bespreken zal de assistente een dubbele afspraak voor u maken.

Deze gang van zaken eist van de doktersassistenten dat zij uw hulpvraag en/of klacht correct kunnen beoordelen. Dit gebeurt op basis van zorgvuldig opgestelde protocollen. De doktersassistenten zijn opgeleid om triage te verrichten. Daarnaast hebben zij evenals de huisarts geheimhoudingsplicht. Uiteraard wordt triage altijd in samenspraak met de huisarts toegepast.

 

Het doel is echt om iedereen zo goed mogelijk op het juiste moment te helpen. 

Huisartsen

Naast uitgebreide basis huisartsenzorg:

  • Chirurgische ingrepen

  • Spiralen plaatsen/verwijderen

  • Talen Ned/Eng 

  • Dermatoscopie

Praktijkondersteuner

Chronische zorg op het gebied van:

  • Diabetes

  • Hypertensie

  • COPD/emfyseem

  • Stoppen met roken

  • Ouderenzorg

Assistenten

Het assisteren van de huisarts:

 ​

  • Triage

  • Afspraken plannen

  • Herhaalrecepten

  • Meten van de bloeddruk

  • Aanstippen van wratten

  • Verbinden van wonden

  • Oren uitspuiten

  • Hechtingen verwijderen

  • Urineonderzoek op blaasontsteking

  • Uitstrijkjes voor het bevolkingsonderzoek 

  • Injecties en vaccinaties

  • Zwachtelen en tapen

  • Controle op bloedsuiker en hemoglobine (Hb)

  • ECG (hartfilm)

  • Enkel-arm index